Over mij

Ik ben premaster student 'Nieuwe Media en Digitale Cultuur' aan de Universiteit Utrecht. Deze blog is geschreven in opdracht van de cursus 'Nieuwe Media in het actuele debat'. Een leerzame cursus die actualiteit over nieuwe media combineert met het debat. Zo komen onderwerpen als journalistiek, privacy en de politiek aan de orde. Vanwege mijn vorige opleiding (Commerciele Economie - International Event, Music and Entertainment Studies) en verdere interesses in de muziek- en entertainmentwereld probeer ik in dit blog een interessante combinatie te maken tussen deze vakgebieden en de cursus. Veel leesplezier.

woensdag 20 oktober 2010

Verslag Groepsdebat 'Nieuwe Media en Journalistiek'

Voorbereiding
Tijdens werkcollege 1 zijn de debatgroepen verdeeld, wat betekende dat ik op 18 oktober aan de beurt was over Journalistiek en Nieuwe Media. Het gastcollege van Bert Brussen werd ter voorbereiding hierop gegeven.

Op maandag 18 oktober was het de beurt om ons debat te voeren. Samen met mijn groepsgenoten Ludwine, Roos, Michelle, Mariane en Max hadden we na het college van de heer Brussen afgesproken om de stelling te formuleren en de taken te verdelen. Ter voorbereiding hierop had ik de literatuur ingelezen en zelf stellingen bedacht:

1. Door de opkomst van burgerjournalistiek middels technologische ontwikkelingen verliest de 'oude' media haar collectieve alleenrecht en dat is slecht voor de Nederlandse samenleving.
2. Professionele journalisten moeten meer loslaten aan traditie en meegaan met de opkomende burgerjournalistiek en zodoende meer bemiddelaars worden.
3. Een journalistieke code is met de opkomst van burgerjournalistiek noodzakelijk voor de kwaliteitshandhaving van de nieuwsgaring.
4. (Micro)blogs zullen de traditionele media vervangen en kranten op den duur overbodig maken.

Naar aanleiding van deze stellingen en de voorbereiding van de groepsgenoten zijn we gekomen tot een stelling:

Journalistiek als professionele beroepsgroep moet veranderen naar een open praktijk

Tot slot werden de rollen verdeeld, waarna we aan de slag gingen met de stelling en onze rol. Ik mocht samen met Michelle de voorstanders vertegenwoordigen, waar Ludwine de rol van voorzitster op zich naam en Mariane, Roos en Max de tegenstanders waren.

Na het doen van bronnenonderzoek hebben Michelle en ik de volgende argumenten aangedragen:

-  De journalistiek is al op weg naar een open praktijk. Het is een ontwikkeling die niet tegen te houden is. Wanneer de traditionele media aan deze ontwikkelingen toegeven en meewerken, kan dat tot een beter resultaat leiden.
-   Het toenemen van de kwantiteit en snelheid waarop nieuwsgaring en verspreiding plaatsvindt door het inzetten van de burger als verslaggever en het gebruik van nieuwsbronnen op het Internet enerzijds en de kwaliteit door verdieping en onderzoekskant van de journalistiek anderzijds.
-  De grens tussen het publiek/ de burger en de journalistiek vervaagt. Hierdoor en door de technologische ontwikkelingen op het gebied van journalistiek, wordt prosumerschap, interactiviteit en participatie van de burger gestimuleerd waardoor ook het aantal bronnen en de variatie in nieuws toeneemt.

Het debat
Tijdens het werkcollege van maandag 18 oktober was het de beurt om ons debat te voeren.
Ludwine leidde het debat in en lichtte de stelling toe met de begripsbepaling en onze keuze voor deze stelling.

Hierna was het de beurt aan Michelle die namens ons de voorargumenten deelde met de tegenstanders en het publiek. Door haar heldere stem, rustige houding en overtuigingskracht bracht ze de argumenten goed over, helaas met iets te weinig bronnen.
Na de tegenargumenten van Roos was het onze beurt om hierop in te gaan met een weerlegging. Hiervoor nam ik het woord en bracht een aantal argumenten naar voren onderbouwd door informatie van het CBS, een oratie van hoogleraar journalistiek J. Bardoel en de oratie van M. Chavannes, hoogleraar journalistiek aan de Rijksuniversiteit Groningen. Michelle vulde me aan met een voorbeeld over Wikipedia.
Hierop ging de tegenpartij in de persoon van Max en Roos in op onze weerlegging en brachten een aantal bronnen aan om onze argumenten onderuit te halen. Gebaseerd op het feit dat de open praktijk al gaande is en de toevoeging van de burgerjournalist aan de 'klassieke' journalistiek zette onze argumenten kracht bij. Het debat was een feit en het ging over en weer. Voorzitster Ludwine greep een aantal keer in om argumenten concreter te laten verwoorden of om een spreker te concretiseren. De tweede weerleggingsronde eindigde met tussenkomst van het publiek die zich in het debat mengden. Uiteindelijk rondde de voorzitster het debat af.

Evaluatie
Na een vragenronde kijk ik met goed gevoel terug op het debat, dat levendig werd gehouden door actieve deelname van (bijna) alle debatteurs en een goed optreden van de voorzitster. Doordat het publiek haar mening aan het einde goed naar voren kon brengen was de positieve feedback van docent E. Kotkamp naar mijn mening op zijn plaats. Zoals ze stelde was er een duidelijke verschuiving te zien van het niveau en de opzet van het debat. De leercurve werd zichtbaar.

Mijn ervaring over het debat:
·         Ik vond het lastig om argumenten te vinden gaandeweg het debat. Het was een zoektocht in het papierwerk.
·         De voorbereiding kon beter om zodoende beter uit de verf te komen en de argumenten kracht bij te zetten
·         Het was leerzaam om te merken hoe de groep met het debat omging, elkaar de ruimte gaf om argumenten te geven en zich inleefde in het onderwerp.

Vervolgens had het publiek had een aantal opmerkingen op ons debat:
·         De stelling is onduidelijk met vage woorden, die vaker toegelicht zou moeten worden om de strekking van de stelling duidelijk te maken.
·         De stelling zou meer richting moeten krijgen. Een voorbeeld dat wordt gegeven: Het is goed dat de journalistiek verschuift naar een open praktijk.
·         Het bronnengebruik mocht meer.
·         Beter voorbereiden
·         De lichaamstaal was redelijk, mocht meer gericht op het publiek
·         Mijn spreekstijl was helder en rustig
·         Er heerste een ontspannen sfeer

Tot slot gaf docente E. Kotkamp nog een tweetal tips voor een volgende keer:
·         Gebruik meer praktische voorbeelden
·         Gebruik meer literatuur, zoals de tekst van Deuze waarin een type journalistiek wordt benoemd. Hierdoor kan de stelling ook concreter worden gemaakt.
Al met al ben ik tevreden met dit leerzame debat en mijn rol daarin. Ik heb mijn argumenten kunnen geven, de anderen ruimte gegeven dit te doen en met respect gehandeld naar de voorzitster, de tegenstanders en het publiek. Zoals de bedoeling is, heb ik hier veel van geleerd met het oog op goed debateren.

Tot slot zal ik de bronvermelding toevoegen:

Literatuur:

1. Deuze, M (2003): “The Web and its Journalisms: Considering the Consequences of Different Types of Newsmedia Online”

2. Hermida, A (2010): “From TV to Twitter: How Ambient News Became Ambient Journalism”

3. Chavannes, M: “ iMedia: nieuwe journalistiek, nieuw burgerschap?”

4. Bardoel, J (2010): “Toekomst voor de journalistiek”, oratie aan de Radboud Universiteit Nijmegen


Internetbronnen










Gastcollege 14 oktober: Bert Brussen - o.a jaap.nl/GeenStijl

Bert Brussen was te gast op donderdag 23 september vanwege het thema Nieuwe Media en Journalistiek. Deze blogger is om deze reden gevraagd zijn verhaal te komen doen over dit onderwerp en zijn licht te laten schijnen over de ontwikkelingen op dit gebied.

Voorbereiding
Ter voorbereiding op zijn gastcollege heb ik me ingelezen in een aantal artikelen, indirect ook ter voorbereiding op het groepsdebat dat hierop volgde.

Mark Deuze (2003): The web and its Journalisms: Considering the consequences of different types of News Media Online

Ian Hargreaves and James Thomas (2009): New news, old news

Hermida Alfred (2010): From TV to Twitter: How ambient News became ambient Journalism

Marc Chavannes: iMedia: Nieuwe journalistiek, nieuw burgerschap? een oratie.

Vragen
Naar aanleiding hiervan heb ik een aantal vragen geformuleerd:

1. Ziet u de journalistiek over 5 jaar anders dan nu? En welke gevolgen heeft dat voor professionele journalisten?

2. Is de 'oude' journalistiek ingehaald door technologische en maatschappelijke ontwikkelingen?

3. Hoe denkt u over een journalistieke code?

4. Worden journalistieke opleidingen voorbereid op de ontwikkelingen en hoe daar mee om te gaan?

5. Wat betekent burgerjournalistiek voor de inkomsten (eventueel auteursrecht) voor journalisten?


Reflectie op het gastcollege
Bert Brussen is een blogger voor onder andere GeenStijl en Zomergasten en geeft aan dat de communities steeds 'machtiger' worden in het progressief deelnemen aan 'de journalistiek en de verslaglegging van meningen'. Hij vertelt dat dit komt doordat Nieuwe Media meer is dan artikelen schrijven en passieve communities. Een groep komt in actie en reageert op artikelen.

De gastspreker is van mening dat het podium voor weblogs groter zou moeten worden en dat er nu te weinig gebruik van wordt gemaakt. "Het is een ontgonnen gebied waarin het crossmediale aspect belangrijk is. Een consument heeft maar een internetspanne van 2 seconden."

Verder stelt hij dat Twitter in deze tijd thuishoort met veel voordelen als netwerken, het volgen van nieuws en personen en het leggen van contact is gemakkelijk. De valkuilen van social media zijn volgens hem de privacy en het makkelijk overschreiden van drempels.

Als hem wordt gevraagd hoe de toekomst van Twitter eruit ziet gaat hij uit van een verhoogde betrouwbaarheid en dat het medium meer wordt gecontroleerd en minder anoniem is dan nu. "Hoe openbaar moet je het nog houden?"


Mijn argumentatie
Als Bert wordt gevraagd of de nieuwe media de 'oude' media vervangt, antwoordt hij dat de nieuwe media de klassieke media aanvult. Dit staat in lijn met de oratie van M. Chavannes, waarbij de Uitleg niet kan achterblijven bij de beschikbaarheid van nieuwe feiten. Er zal behoefte blijven aan weging en hierarchisering.

In het verhaal van Brussen zie ik een link met bovengenoemde oratie wat de deelname van consumenten in de journalistiek betreft. 'Burgers weten steeds meer.' En 'hun bijdrage is wat je burgerschap noemt' zoals in de oratie wordt vermeld. Brussen ziet dus een ontwikkeling in de toename van burgers, maar gaat verder niet in op het 'jounalistieke vakgebied' op zich.

'Journalisten zullen meer van hun bestaansrecht moeten verdienen als dienstverleners die helpen orde in de chaos te scheppen', zo stelt hoogleraar journalistiek Marc Chavannes in zijn oratie. Gastspreker Brussen stelt dat deze 'gatekeeper-functie al bestaat, waarbij de nieuwe journalist kleuronafhankelijk is en de traditionele media niet.

Tot slot zie ik nog overeenkomsten met de oratie van prof. dr. Jo Bardoel, hoogleraar Journalistiek en Media aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij schrijft dat 'het met de media in de breedste zin van het woord goed gaat, maar met de journalistiek in de algemene perceptie behoorlijk beroerd.' en hij ziet een verschuiving van 'collectieve naar individuele media'. Punten die ook Brussen heeft aangehaald in zijn gastcollege, vanwege het aanhalen van de lopende discussie over de (onderzoeks)journalistiek.

Met andere woorden, een gastcollege dat praktijkvoorbeelden combineerde met de stellingen in de literatuur.

Actueel artikel week 3

"3FM komt met Serious Talent Chart op basis van social media"

Een artikel op nu.nl over de toepassingen van social media in hitlijsten voor muzikaal talent:


Nieuwe muzikale poptalenten voor wie de gewone hitlijsten voorlopig te hoog zijn gegrepen, kunnen hun succes voortaan meten op basis van hun eigen naamsbekendheid op social media.

3FM houdt vanaf dinsdag op internet de Serious Talent Chart bij. Deze nieuwe muzieklijst wordt samengesteld op basis van de populariteit van beginnende bands op sites als YouTube, Twitter, MySpace, Hyves, Facebook en Last.fm.
De traditionele hitlijsten baseren zich vooral op verkoopresultaten en de hoeveel zendtijd voor bands op radio en televisie. De 3FM Serious Talent Chart echter maakt in een oogopslag duidelijk welk veelbelovend talent 'talk of the internet' is, aldus 3FM dinsdag.

De nieuwe hitlijst is gemaakt met behulp van de techniek van Tribe Monitor, een webservice van het Groningse bedrijf New Music Labs.

Het systeem houdt voor bands en hun fans bij hoe vaak een liedje onder meer via YouTube is gezien en hoeveel onlinevrienden een popartiest heeft op bijvoorbeeld Hyves. Hoe meer buzz op internet, hoe hoger de artiest scoort. De lijst wordt wekelijks ververst en bestaat uit twintig posities.
De hitlijst is te vinden op http://www.3fm.nl/serioustalent. Hoog in de eerste editie van de lijst staan de beginnende bands Makebelieve en Only Seven Left.
''Gevestigde artiesten kijken vooral naar singles- en albumcharts. Maar voor beginnende artiesten, die nog niet groot genoeg zijn, is het vaak moeilijk om te meten hoe goed ze zijn'', vertelt Tijs van Liemt van 3FM.
''Voor 3FM is dit platfom een middel om de aandacht te vestigen op deze artiesten.'' Volgens Van Liemt wordt er wellicht op termijn ook een radioprogramma rondom de lijst gemaakt.


Mijn kijk op dit artikel
Een ontwikkeling die niet uit de weg te gaan in. Een duidelijk voorbeeld van synergie, waarbij een muziekplatform (3FM) de mogelijkheden biedt aan opkomende artiesten om 'gehoord' te worden onder het publiek en ze te kwalificeren in een hitlijst én de aanbieder (Tribe Monitor) die het mogelijk maakt de hitlijst vorm te geven op basis van ranking in social media.

De techonologische ontwikkeling helpt bij de vorming van het muzikale landschap en de mogelijkheid voor talent om zich te laten horen aan een breder publiek en op basis van een ranking in de vorm van een hitlijst waardering te krijgen.

Kortom, een stimulerende ontwikkeling om jonge (getalenteerde) muzikanten te activeren muziek te maken.

http://www.nu.nl/internet/2359592/3fm-toont-hitlijst-basis-van-sociale-media.html

http://www.radiofreak.nl/nieuws/9986/3FM-komt-met-Serious-Talent-Chart-op-basis-van-social-media/

http://www.3fm.nl/serioustalent/nieuws/detail/347724/3FM-lanceert-Serious-Talent-Chart

dinsdag 12 oktober 2010

Gastcollege 30 september: Jacco van Uden - Stichting Toekomstbeeld der Techniek

Voorbereiding
Ter voorbereiding op het gastcollege van Jacco van Uden heb ik me verdiept in de stof door het lezen van de aanbevolen literatuur op webCT:
Judith Herz (2001): Gaming the System. What Higher Education Can Learn from Multiplayer Online Worlds
Harm Weistra en Pieter de Vries (2007): Paul Kirschner: ‘Ik denk niet dat er zoiets als nieuw leren bestaat.
K. Facer (2006): Why do we think it’s worth talkin gabout computer games and learning in the same breath? A discussion paper.
D. Michael & S. Chen (2006): Educational Games in Serious Game. Games that educate, train and inform.
Vragen
Aan de hand van de verworven informatie heb ik een aantal vragen geformuleerd voor de heer van  Uden:
1. Ziet u spellen ter uitbreiding op het bestaande lespakket inderdaad als een toevoeging of gaat het ten koste van de kwaliteit van de vakken?
2. Waar ligt volgens u de grens wat betreft het integreren van spellen in het lespakket?
3. Wat leert de ervaring over het verband tussen (serious) gaming en het minder buitenspelen van kinderen/ de toenemende mate van overgewicht bij kinderen? Wordt dit gezien als probleem en zo ja, wat zou volgens u de oplossing kunnen zijn?

Reflectie op het gastcollege
Jacco vertelt bezig te zijn met het onderzoek naar serious gaming voor de stichting die zich inzet voor de toekomstverkenning van de techniek en samenleving. De stichting staat voor ‘open, onafhankelijk en interdisciplinair’.
Hij vertelt over de totstandkoming van Serious Games, de verschillende soorten die worden ingezet in het beroepsveld. Het hoofdonderwerp beslaat de Games in onderwijs, waarvan Jacco een aantal voordelen, voorzichtige observaties en mogelijke barrières benoemd. Dit is een waargenomen beeld van de onderzoeker en niet zozeer een mening van experts.
Mijn argumenten
Jacco gaat vooral in op zijn bevindingen tijdens het onderzoek naar de wereld van Serious Games en niet op de specifieke meningen over de voor- en nadelen van de Serious Games in het praktische gebruik. Daar neemt hij afstand van omdat zijn onderzoek daartoe niet reikte. Hij heeft dit onderwerp in kaart gebracht over de verschillende voorbeelden van Serious Gaming en een algemeen observerend beeld gecreëerd.
Zoals in het stuk van Herz naar voren komt is de toekomst van Serious Games en de verschillende geluiden uit de praktijk positief. Helaas wilde Jacco hierop niet ingaan en zich beperken tot de bevindingen van zijn onderzoek.
Om te refereren naar het interview met Paul Kirschner sluit ik me deels aan bij de hoogleraar. Hij stelt namelijk dat er steeds maar gezocht wordt naar nieuwe technologie terwijl de huidige technologieën niet genoeg uitgemolken zijn. Verder ziet hij niets in het ‘nieuwe leren’ en denkt zelfs dat zoiets niet bestaat. Hiermee ben ik het deels met hem eens omdat ik denk dat nieuwe technieken tools kunnen toevoegen aan de bestaande praktische middelen, maar niet ter vervanging kunnen gelden om zodoende de basisprincipes en praktische kwaliteiten teniet te doen.
Serious Games zijn in beperkte mate een toevoeging om stof te beheersen, maar het moet niet ten koste gaan van de ‘sociale ontwikkeling’ van het kind en de drang naar vervanging van schoolwerk.

donderdag 7 oktober 2010

debat 1: Auteursrecht

In het tweede werkcollege was het de beurt aan de eerste debatgroep die ingaan op het, in het hoorcollege besproken onderwerp, auteursrecht. Naar aanleiding van de bestudeerde literatuur en het gastcollege van Tim Kuijk van stichting BREIN, formuleerde de groep een stelling:
Niet-commercieel gebruik van auteursrechtelijk beschermde content moet worden toegestaan.
Een op het eerste gezicht goede stelling, maar uit het debat bleek dat de stelling wat meer afgebakend mocht worden.
Mijn taak in dit debat was het observeren van één van de voorstanders, namelijk Cynthia Mourits.
Haar houding was in het begin van het debat enigszins gesloten, maar kroop gaandeweg meer uit haar schulp en probeerde met goede argumenten tot een verweer te komen van de, in mijn ogen, sterke tegenpartij. Hiervoor was vooral een sterk argumenteerde Thomas verantwoordelijk. Helaas ontbrak het Cynthia aan overtuigingskracht en het bronnengebruik viel naar mijn idee tegen.
Al met al kan ik zeggen dat het debat over het algemeen rommelig was weergegeven, maar wat voor de inzet complimenten verdient vanwege dit aftrapdebat. De opstelling kon praktischer, en de rol verdeling was me duidelijk, maar de inbreng viel hierdoor scheef uit. De presentatrice heeft alleen een inleiding gegeven en de voorzitster een redelijk passieve inbreng.
De voorbereiding werd door de hele groep gedaan en daardoor waren de argumenten (en vooral de verweerargumenten bij de partijen bekend). Hierdoor verliep het debat minder spontaan naar mijn mening. 
Al met al een redelijk eerste debat, dat goed was voorbereid.

Actueel artikel week 2

Een bericht uit NRC next van woensdag 6 oktober 2010, door Ivo Buigues Nieuwenhuizen.

Het artikel gaat over de toenemende rol van een community manager die steeds vaker te zien is in bedrijven. Een opkomend beroep waarin klantbinding en reputatiemanagement hoog in het vaandel staan. Een community manager houdt het bedrijf in de gaten op de sociale netwerkomgeving als het gaat om de twee bovengenoemde begrippen.
Mijn mening over dit onderwerp
Ik zie de mogelijkheden in van dit beroep en begrijp dat het steeds meer toeneemt. Gezien social media steeds belangrijker en bekender wordt, kan in mijn ogen ook het bedrijfsleven niet achter blijven de klant persoonlijker te analyseren en te helpen met problemen. Wat betreft marketing kan hierdoor worden ingespeeld op persoonlijk niveau en zo het bedrijf helpen beter te worden en ook te blijven.
Kortom, een logisch vervolg op een groeiende techniek die synergie creëert met het bedrijfsleven.

Actueel artikel week 1

Nobelprijs voor vrede naar Twitter? Onzin!

Door Marc Leijendekker – NRC Next
Is Twitter een serieuze kandidaat voor de Nobelprijs voor de Vrede, die dit jaar op 8 oktober wordt toegekend?

Wel als het aan Mark Pfeifle ligt, voormalig adviseur voor Nationale veiligheid in de VS. Hij heeft gezegd dat tegenstanders van het bewind in Teheran in de zomer van 2009 anders niet de kracht en het zelfvertrouwen zouden hebben gevonden om samen de straat op te gaan.

Dat paste in de stelling van een  internet-goeroe als Clay Shirkey dat sociale media als Twitter en Facebook een nieuwe impuls hebben gegeven aan sociaal en politiek activisme. Motto daarbij: samen sta je sterk.
Dat de rol van Twitter in Iran sterk is overdreven, is al eerder overtuigend beschreven door de Iraanse journalist Golnaz Esfandiari. Het waren voornamelijk Iraniërs in het Westen die met elkaar twitterden, merkte zij op. Als mensen in Iran al met elkaar twitterden, deden ze dat in het Farsi. En dat wordt niet gelezen door al diegenen die gretig verklaren dat Twitter een instrument is voor directe democratie en een stem geeft aan het volk.
De schrijver Malcolm Gladwell stelt nu in een interessant artikel in de New Yorker dat de rol van Twitter en Facebook niet anders dan beperkt kan zijn voor wie politieke veranderingen wil.

trans Nobelprijs voor vrede naar Twitter? Onzin!Hij kijkt naar de burgerrechtenbeweging in de Verenigde Staten in de jaren zestig van vorige eeuw, vraagt zich af waardoor die zoveel succes had, en speculeert dan op een mogelijk rol van Twitter en Facebook. Daarbij komt hij tot twee hoofdconclusies:
Twitter en Facebook vergroten het netwerk van vrienden en bekenden enorm, maar dat zijn bijna allemaal zwakke banden. Je 450 vrienden op Facebook zijn niet te vergelijken met je vier ‘echte’ vrienden. De sociale media zijn heel handig als je contact wilt onderhouden met een heleboel mensen waar je anders niet aan toe zou komen. Die virtuele vrienden zijn allemaal een beetje betrokken, zegt Gladwell. Maar zij zullen niet snel geneigd zijn om hun vrijheid op het spel te zetten om met je mee te doen in een gevaarlijke protestactie.
Het gaat bij Twitter en Facebook om netwerken, niet om hiërarchische, strak geleide organisaties. De geschiedenis van vrijwel alle protestbewegingen laat zien hoe belangrijk zo’n strakke leiding is.

“Because networks don’t have a centralized leadership structure and clear lines of authority, they have real difficulty reaching consensus and setting goals. They can’t think strategically; they are chronically prone to conflict and error. How do you make difficult choices about tactics or strategy or philosophical direction when everyone has an equal say?”
Al eerder heeft politicoloog Evgeny Morozov geschreven dat twitteren tegen een tiran lang niet altijd helpt. Gladwell gaat een stapje verder. Misschien ga je wel geloven dat je echt invloed hebt, terwijl er in wezen niets verandert.
(I)t is simply a form of organizing which favors the weak-tie connections that give us access to information over the strong-tie connections that help us persevere in the face of danger. It shifts our energies from organizations that promote strategic and disciplined activity and toward those which promote resilience and adaptability. It makes it easier for activists to express themselves, and harder for that expression to have any impact. The instruments of social media are well suited to making the existing social order more efficient. They are not a natural enemy of the status quo.

Maar, en die vraag stelt Gladwell zich niet, wat nu als je de mogelijkheden en reikwijdte van Twitter en Facebook weet te combineren met een strakke leiding? Zijn suggestie is dat zoiets per definitie onmogelijk is. Maar er zijn, ondanks alle individualisering, nog te veel voorbeelden van georkestreerd kuddegedrag om het zomaar met hem eens te kunnen zijn.
Mijn mening over dit artikel:

Ik ben het wel eens met de hoofdconclusies die worden gesteld door Gladwell, maar aan de andere kant zie ik de mogelijkheden die Social Media kan bieden in het toevoegen van ‘sociaal verkeer’  zoals het in het voorbeeld wordt gesteld. Middels dezen technologie kunnen we meer van mensen te weten komen, daarop inspelen en mogelijk worden geholpen. De Nobelprijs voor de Vrede komt wellicht ooit in combinatie met Twitter (of andere Social Media) in aanmerking voor iemand die het als middel heeft gebruikt, want dat is de essentie van deze techniek. Tevens wordt de geldprijs uitgereikt aan personen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de bevordering van de vrede.


Gastcollege 23 september: Tim Kuijk - stichting BREIN

VoorbereidingTer voorbereiding op het gastcollege van Tim Kuijk heb ik me verdiept in de stof door het lezen van de aanbevolen literatuur op webCT:
Kembrew McLeod (2005)
Confessions of an Intellectual (Property): Danger Mouse, Mickey Mouse, Sonny Bono, and My Long and Winding Path as a Copyright Activist-Academi
M. de Cock Buning en A. Ringnalda (2010)
Maatregelen tegen auteursrechtinbreuk door P2P-filesharing: wat leert het Umfeld ons?
Daarnaast heb ik literatuur uit mijn vorige studie ingelezen:
H. Penseel (2006) – Entertainmentmarketing
VragenAan de hand van de verworven informatie heb ik een aantal vragen geformuleerd voor de heer Kuijk:
1. In hoeverre ziet u overeenkomsten, dan wel verschillen, tussen de film- en muziekindustrie wat betreft auteursrecht?
2. Voorziet u een gouden toekomst voor artiesten als het gaat om inkomsten uit auteursrecht? Of verschuift het verdienmodel meer naar de inkomsten van royalties en de verkoop van merchandise? Wellicht andere verdienmodellen?
3. Hoe pakt u illegale aanbieders van auteursrechtelijk beschermde content aan? Denkt u op te kunnen boxen tegen de exponentiële groei van illegale aanbieders?Reflectie op het gastcollegeTim Kuijk vertelt bevlogen over stichting BREIN. Haar bestaansrecht, hun missie en geeft daarna een intro in het auteursrecht. Dit doet hij ook aan de hand van overzichtelijke slides.
Hij maakt een duidelijk onderscheid tussen de websites die illegale content aanbieden en de hosting providers. Zo zou de website toezicht moeten houden, ongeautoriseerde links c.q. content moeten filteren en het bannen van illegale uploaders. De hosting providers kunnen actie ondernemen door na een melding de identiteit van de klant af te geven, indien onrechtmatigheid aannemelijk of zelfs het web ontoegankelijk maken. Dit laatste is voorgesteld in Frankrijk als het Hadopi-voorstel. De sanctie (tot afsluiting van internet) wordt doorgevoerd wanneer “de gebruiker de illegale filesharing voortzet ondanks waarschuwingen.”
De oplossing die wordt geschets in het artikel van M. de Cock Buning en A. Ringnalda gaat over “het ontwikkelen van een aanbod van legaal downloadbare werken, en niet uitsluitend een sanctieregime.”  Zoals het artikel ook stelt over de Nederlandse aanpak: “Het kabinetsbeleid zal zich blijven richten op grootschalige uploaders. Het strafrecht lijkt zich derhalve niet goed te lenen voor grootschalige toepassing op kleinschalige uploaders en downloaders.”
Hier sluit Tim Kuijk zich bij aan en geeft aan grote providers aan te willen pakken. Zo loopt er een zaak tegen Ziggo[1] waarin BREIN eist dat Ziggo downloadsite The Pirate Bay moet blokkeren. Dit is minder verstrekkend en zou gaan tegen de individuele klant, dus BREIN gaat in hoger beroep en heeft goede hoop over een positieve afloop.
Ik wil deze reflectie eindigen met het doel waarover Tim Kuijk spreekt als het over auteursrecht gaat:
Door naleving van het auteursrecht moet de creativiteit worden gestimuleerd en verkocht, dus niet gratis worden aangeboden.
Mijn meningVoortbordurend op het doel dat door Tim Kuijk is geschetst ben ik het eens met het feit dat het auteursrecht moet worden nageleefd om de creativiteit te bevorderen en te laten verkopen, maar ik denk dat stichting BREIN in mijn ogen nog te hard vasthoudt aan het bestrijden van de illegale aanbieders, waardoor oplossingen zoeken in de aanbodkant des te interessanter is.
Doordat het aantal aanbieders exponentieel groeit lijkt het me lastig hierop verboden in te stellen en ook omslachtig om na te gaan waar de kink in de kabel zit. Tim gelooft dat het aan te pakken is door elke site/aanbieder aan te pakken. Elke aanbieder die gepakt wordt is er weer één minder. Wat betreft de aanbodkant noemt de heer Kuijk Spotify een goede ontwikkeling, maar gaat daar verder niet op in.
Ik denk dat er meer moet worden gedacht in oplossingen dan in problemen.
Bovenal vond ik het gastcollege helder en raakte het de kern van het auteursrechtelijk probleem wat internet betreft. Het voegde wat eye-openers toe aan mijn voorkennis die verworven is tijdens mijn vorige opleiding (International, Event, Music and Entertainment Studies)
Interessant.



[1] http://nos.nl/artikel/154096-ziggo-moet-downloadsite-blokkeren.html


1 op 1 debat: analyse

De opdracht die volgde naar aanleiding op de vorige opdracht hierop was het aangeven van de argumenten:
Claim: Ik wilde mijn tegenstander overtuigen van het feit dat een journalistieke code kan bijdragen aan een (vanuit het beroepsveld) duidelijke scheiding tussen beroepsjournalistiek en burgerjournalistiek.
Evidence: Hiervoor gebruikte ik bovenstaande argumenten en de bronnen die discussies aantonen waarin een schreeuw vanuit de vakjournalisten naar een code komt die een duidelijke scheiding maakt.
Warrant:De bronvermelding bij de discussies maakte duidelijk dat het ging om profjournalisten en van daaruit maak ik op dat de roep vanuit het beroepenveld terecht genoemd kan worden.
Qualifications: Er is een discussie gaande over dit onderwerp dat in 2008 heeft geleid tot een nieuwe journalistieke code van het Genootschap van Hoofdredacteuren. De discussie moet opnieuw worden opgelaaid, vanwege het veranderende medialandschap.

zondag 3 oktober 2010

1 op 1 debat

Werkcollege 2 stond in het teken van voeren van een 1 op 1 debat. Hiervoor heb ik samen met mijn debatpartner Michelle Oosthuyzen naar een actueel media-gerelateerd onderwerp gezocht. Uiteindelijk hebben we gekozen voor de opkomst van de burgerjournalistiek.

Inleiding
“ Door de opkomst van nieuwe media en de mogelijkheden voor burgers om te participeren in de journalistiek, vraagt om een code om de journalistieke regels en wetten in te kaderen”, zo wordt gesteld in een discussie op denieuwereporter.nl.  Deze code is opgesteld in 2008 door het Genootschap van Hoofdredacteuren en was toentertijd heel actueel. Gezien de ontwikkeling van nieuwe media, die steeds door ontwikkelt, proberen wij dit debat weer aan te scherpen en actueel te maken.
Een van de redenen waarom men met een nieuwe code wil komen is dat de nieuwe media – internet en burgerjournalistiek – het hele journalistieke werkveld in een ander daglicht wil plaatsen. Men wil graag een code die rekening houdt met de kwaliteit van journalistieke producten.
De stelling
Hierdoor hebben we de volgende stelling geformuleerd:
Een 'nieuwe' journalistieke code is met de opkomst van burgerjournalistiek noodzakelijk

Argumenten voor
Ik nam plaats op de stoel van vóórstander van de stelling en had hiervoor 3 argumenten:
  • Vanwege de persvrijheid (art. 7 van de Grondwet) mag iedereen schrijven wat hij vindt, maar dit moet gecontroleerd blijven worden om zodoende de scheiding te kunnen maken tussen beroepsjournalisten en 'hobby'journalisten.
  • Door de digitalisering van de samenleving kan iedereen zomaar teksten gebruiken, kopieren en zijn daardoor plagiaat gevoelig. Door het naleven van een code worden regels opgevolgd die ervoor moeten zorgen dat dit wordt tegengegaan. Ook wordt het nieuws lastiger te doorgronden. 
  • Een code kan zorgen voor een stukje duidelijkheid, begrip voor elkaar en zal een mate van journalistieke kwaliteit moeten waarborgen waarmee het publiek tevreden zou moeten zijn. Een code kan bovendien helpen het vertrouwen in de pers te herstellen. Daarvoor is nodig dat journalisten zich verantwoorden tegenover de samenleving. Daar komt bij dat de naleving van de code het meest efficiente middel is van de code zelf.

Bronvermelding